De enige Troost

DE ENIGE TROOST

Zondag 1

Vraag 1
Vr. Wat is uw enige troost, beide in het leven en sterven?
Antw. Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven(a), niet mijn(b), maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben(c), Die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomenlijk betaald(d) en mij uit alle heerschappij des duivels verlost heeft(e), en alzo bewaart(f), dat zonder den wil mijns hemelsen Vaders geen haar van mijn hoofd vallen kan(g), ja ook, dat mij alle ding tot mijn zaligheid dienen moet(h); waarom Hij mij ook door Zijn Heiligen Geest van het eeuwige leven verzekert(i), en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt(k).

a Rom. 14:8. b 1 Kor. 6:19. c 1 Kor. 3:23. Tit. 2:14. d 1 Petr. 1:18, 19. 1 Joh. 1:7 en 2:2, 12. e Hebr. 2:14. 1 Joh. 3:8. Joh. 8:34, 35, 36. f Joh. 6:39 en 10:28. 2 Thess. 3:3. 1 Petr. 1:5. g Matth. 10:30. Luk. 21:18. h Rom. 8:28. i 2 Kor. 1:22 en 5:5. Ef. 1:14. Rom. 8:16. k Rom. 8:14. 1 Joh. 3:3.

Troost is nodig

In Psalm 90 : 10 lezen we dat het uitnemendste van dit leven moeite en verdriet is. Dat wil zeggen: zelfs in de beste tijd van ons leven is er moeite en verdriet. Dat is gekomen door de zondeval (Genesis 3). Voor de zondeval was alles goed. Als de mens niet gezondigd had, was alles goed gebleven. In moeite en verdriet hebben we troost nodig. Troost is iets goeds stellen of geven tegenover verdriet. Het overtreft zelfs het verdriet. Het oude woord ‘troost’ heeft een ruimere betekenis dan nu: het betekent ook ‘levenskracht’ en ‘levensmoed’. Die troost hebben we nodig in ons hele leven. Troost hebben we ook nodig wanneer we sterven.

De enige troost

Naar die enige troost vraagt de onderwijzer in deze eerste vraag. De christen antwoordt: ik behoor mijzelf niet meer toe, maar ik behoor toe aan mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Als nakomeling van de zondige Adam was ik eigendom van satan, die uit is op mijn ondergang. De zonde woonde in mij. 1k was eraan onderworpen. De straf moest rechtvaardig volgen. Maar Christus heeft mij uit die gevangenschap vrijge kocht. Daarvoor gaf Hij alles wat Hij had: Zijn leven. Met name op Golgotha: daar heeft Zijn bloed gevloeid. Hij heeft mij niet alleen vrijgekocht, zoals een slaaf vrijgekocht kon worden, maar ook metterdaad bevrijd.

Ik was met duizend banden aan satan en de zonde gebonden, zodat ik mijzelf niet kon verlossen. Maar Hij heeft mij bevrijd. Ik kan nooit meer geheel terugvallen in de macht van de duivel. Omdat Christus mij verlost heeft, ben ik een kind van God. 1k heb een Vader in de hemel. Die zorgt voor mij zolang ik leef. Alles wat mij overkomt, moet meewerken aan mijn eeuwig heil. Zelfs de dood: die is voor mij een poort naar de hemel. Van dit alles geeft de Heilige Geest mij steeds de zekerheid in het hart.

Voor dit alles maakt de Heilige Geest mij dankbaar. Die dankbaarheid wil ik tonen in een hartelijke bereidheid om voor de Heere te leven en Hem te dienen. Dat is pas zalig zijn!

De vraag wordt hier heel persoonlijk gesteld: “Uw troost”. Niet die van een ander. Zalig worden is zo persoonlijk. Ook niet overdraagbaar. Er is maar één troost. Alle andere dingen waarop wij steunen, gezondheid, een gelukkig leven, geld, vrienden en familie, vallen eenmaal weg. Kennen wij die troost? Dat kunnen we aan de hand van de volgende vragen te weten komen.

Vraag 2
Vr. Hoeveel stukken zijn u nodig te weten, opdat gij in dezen troost zaliglijk leven en sterven moogt?
Antw. Drie stukken(a). Ten eerste, hoe groot mijn zonden en ellende zijn(b). Ten andere, hoe ik van al mijn zonden en ellende verlost worde(c). En ten derde, hoe ik Gode voor zulke verlossing zal dankbaar zijn(d).

a Matth. 11:28, 29, 30. Ef. 5:8. b Joh. 9:41. Matth. 9:12. Rom. 3:10. 1 Joh. 1:9, 10. c Joh. 17:3. Hand. 4:12 en 10:43. d Ef. 5:10. Ps. 50:14. Matth. 5:16. 1 Petr. 2:12. Rom. 6:13. 2 Tim. 2:15.

De drie stukken

In Psalm 50:15 lezen wij dat de Heere zegt: En roept Mij aan in de dag der benauwdheid; 1k zal u er uithelpen, en gij zult Mij eren. In dit vers lezen we van ellende, verlossing en dankbaarheid.

In het antwoord van vraag 1 hebben wij gelezen hoe rijk een christen wel is. Nu komt de vraag die voor ons allen van belang is: Hoe kan ik in die troost delen? Hoe kom ik aan dat zalige, onsterfelijk gelukkige leven? Een leven in vrede met God, tot Zijn eer? En hoe kan ik gelukkig sterven, met de gedachte dat bij het ontwaken een heerlijke toekomst mij wacht? Hoe kan ik leren zeggen: “Dat is nu mijn troost!”? Welke stukken moet ik dan weten? Welke belangrijke dingen moet ik dan kennen? Kennen in de Bijbelse zin van het woord: dat is kennen uit ervaring. Want het maakt een groot verschil of we deze dingen hebben doorleefd (= ervaren) of dat we er alleen maar over gehoord of gelezen hebben. Dat is een verschil van leven en dood.

Dit antwoord van de Catechismus is een korte samenvatting van de Brief van de apostel Paulus aan de Romeinen. In dit antwoord worden wij op drie zaken gewezen: ellende, verlossing en dankbaarheid.

Het eerste stuk: de leer van de ellende

Paulus leert hoe ernstig de zondaar er aan toe is omdat hij zo zondig is. Het gevolg daarvan is ellende. Het woord ‘ellendig’ betekent ‘uitlandig’, in ballingschap levend, gescheiden van God. Als de mens zo sterft gaat hij voor eeuwig naar de hel. Hij kan zich uit deze ellende niet redden. Waarin bestaat die ellende? In drie dingen:

a. zonde: de zonde is er de oorzaak van dat een mens van God gescheiden leeft;
b. onmacht: een mens is van zichzelf, zoals hij geboren is, niet in staat om de zonden te laten. De zonde is hem de baas, zolang hij geen nieuw hart heeft.
c. straf: God straft de zonde. Die straf is verdiend.

Het tweede stuk: de leer van de verlossing

Alleen Christus kan ons redden. De van zijn ellende overtuigde zondaar leert Hem kennen als zijn Verlosser.

Het derde stuk: de leer van de dankbaarheid

Als een mens ondervonden heeft dat hij door Christus verlost is van zonde en ellende, kan hij zijn geluk niet op. Dit geluk maakt hem dankbaar tegenover God, aan Wie hij alles te danken heeft.

De kennis van de drie stukken

Is het nu zo dat een gelovige de drie stukken, het één na het ander, passeert, zoals een trein drie stations? Nee. Wel is het zo dat God hem allereerst zijn zonden en ellende leert kennen; zo brengt Hij tot de Zaligmaker. Want zonder doorleefde ellendekennis is al ons roemen in Jezus ijdel. Christus zegt: Die gezond zijn, hebbende medicijnmeester niet van node, maar die ziekzijn (Mattheüs 9:12). Maar ook nadat de gelovige Christus als zijn Zaligmaker heeft leren kennen, vindt er in zijn hele verdere leven steeds een verdieping plaats van zelfkennis, Godskennis en kennis van de Heere Jezus. De kennis van ellende, verlossing en dankbaarheid wordt steeds meer. Ook dit is een voortdurend werk van de Heilige Geest. Het leven van een waar gelovige is gekenmerkt door een gedurige strijd tegen de zonde, de duivel en eigen boze verlangens in het hart en van de worsteling om in het geloof staande te blijven. De apostel Paulus schrijft erover in Romeinen 7:24 en 25: Ik, ellendig mens! wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God door Jezus Christus, onze Heere.

Vragen bij les: De enige Troost

Vragen bij les: De enige Troost

U moet zich aanmelden om deze cursus te volgen en de vragen te beantwoorden.

1. Waar lezen we in de Bijbel van de zondeval? (antw. 1)

Antwoord:

2. Wat is er precies gebeurd? Zie Genesis 3:6.

Antwoord:

3. Wat is troost? (antw. 1)

Antwoord:

4. Wanneer sterft iemand getroost? (antw. 1)

Antwoord:

5. Wat is de enige troost? (antw. 1)

Antwoord:

6. Waar heeft de Heere Jezus voor de zonden van Zijn volk betaald?(antw. 1)

Antwoord:

7. Hoe troost de Vader? (antw. 1)

Antwoord:

8. Wie geeft zekerheid van die zaligheid? (antw. 1)

Antwoord:

9. Kan een mens er zeker van zijn dat hij in de hemel zal komen?(antw. 1)

Antwoord:

10. Watiszaligzijn?(antw. 2)

Antwoord:

11.

Wat zal een mens in de hemel eeuwig doen? (Psalm 89:2; Openbaring 4:10 en 11; Openbaring 7:10 en 12)

Antwoord:

12. Wat is ellende? (antw. 2)

Antwoord:

13. Hoe ontstaat dankbaarheid? (antw. 2)

Antwoord:

14. Wanneer is een mens op aarde uitgeleerd in deze drie stukken? (antw. 2)

Antwoord: