Kernwoorden

Afgoden

De Griekse vertaling van de Bijbel heeft voor het begrip afgod het woord 'eidolon'. Ons woord idool is hiervan afgeleid. 'Eidolon' betekent afbeelding of spiegelbeeld. Het is een afbeelding van iets dat niet bestaat. Wel in de hoofden van mensen, maar niet in werkelijkheid. Een afgod is niets, waardeloos. Ons woord afgod betekent letterlijk niet-god Ironisch komt dat naar voren in Jesaja 44:6-20 . Een afgod is iemand of iets ter vervanging van God. In het Oude Testament was het vaak een gesneden of gegoten beeld ( Exodus 32:4, 24 ), dat op één of andere wijze God moest voorstellen en een zichtbaar en plaatselijk middelpunt in de samenkomst vormde. Het Oude Testament is niet de geschiedenis van afgodendienaars die zich geleidelijk aan tot de ware God keerden. Nee, afgoderij betekent het afdwalen van de ware eredienst en daardoor afval van de Heere.
De geschiedenis van Israël moet dus gezien worden als een strijd om de zuivere eredienst van de enige, ware, levende God te bewaren, temidden van een wereld waar heidense praktijken de overhand hadden. Deze strijd vormde de achtergrond van de waarschuwingen en de oproepen van Mozes ( Deuteronomium 29:16-18 ) en van de profeten ( Jesaja 10:10, 11 ) om het eerste en tweede gebod te onderhouden ( Exodus 20:4 ).
In het Nieuwe Testament werd met afgoden bedoeld alles wat de plaats van God inneemt. Niet alleen in de eredienst, maar ook met betrekking tot een valse leer. Het spitst zich voornamelijk toe op de vraag: wat is in je leven het allerbelangrijkste doel: te leven tot eer van God zoals Hij dit vraagt in Zijn Woord, of te leven voor jezelf. Dit laatste is afgoderij, omdat je iets anders dan God als het hoogste ziet, begeert en dient. Lees over: kiezen in Matthéüs 6:24 , begeren in Kolossenzen 3:5 , valse leer in 1 Johannes 5:20, 21 .)
Hoewel de Bijbel het heel duidelijk maakt dat afgoden niet wezenlijk bestaan, en geen macht of invloed hebben ( Jesaja 40:18-20 ; 1 Korinthe 8:4 ), en verachtelijke dingen zijn ( Psalmen 115:4-7 ), wordt nooit de indruk gegeven dat ze ongevaarlijk zijn. Ieder die zich ermee inlaat, onteert niet alleen God, maar stelt zichzelf ook bloot aan contact met de invloed van de boze en demonische krachten ( 1 Korinthe 10:19, 20 ). En direct na een verhandeling over verzoekingen zegt Paulus: Daarom, mijn geliefden, vlucht van de afgodendienst
( 1 Korinthe 10:14 ).
De actualiteit van het eerste en tweede gebod ligt in het feit dat mensen in alle tijden hun eigen voorstelling van God creëren en deze op eigen wijze invullen.